"Geef de regio smoel en richt je op innovatie en groei"
Wie als regio relevant wil blijven, moet blijven investeren in innovatie en groei. Anders zak je weg. Voor Frank den Brok is dat de kern van regionale economische samenwerking binnen RNOB. Niet samenwerken om het samenwerken, maar samen bouwen aan een sterke, toekomstbestendige economie én een duidelijk profiel naar buiten. Als wethouder Economie en Financiën van Oss en bestuurlijk trekker Werklocaties binnen RNOB zag hij de regionale samenwerking in RNOB in tien jaar tijd groeien. “We hebben als regio ontzettend veel moois te bieden, maar dat moet je wél samen op de kaart willen en blijven zetten.”
Van concurrentie naar gezamenlijk belang
Voordat RNOB startte, opereerden gemeenten vaker tegen elkaar dan met elkaar, zeker als het ging om bedrijventerreinen. “Bedrijven shopten bij meerdere gemeenten en keken waar ze zich het goedkoopst konden vestigen”, blikt Frank terug. “Dat is echt veranderd.”
Inmiddels is er een regionaal loket en kijken de gemeenten gezamenlijk waar een bedrijf het beste past. Niet alleen financieel, maar vooral inhoudelijk, qua type bedrijf en sector. “Oss is bijvoorbeeld sterk in farma. Als een farmabedrijf zich ergens anders in de regio meldt om te vestigen, dan gaan we het gesprek aan: waar komt dit bedrijf het beste tot zijn recht? Dat is niet alleen in het belang van het bedrijf, maar ook in het belang van de regio.”
Die omslag – van concurrentie naar strategische afstemming – markeert volgens Frank de volwassenwording van de regionale samenwerking in RNOB.
Bedrijventerreinen
Die ontwikkeling kreeg concreet vorm in de kopgroep Werklocaties, waar Frank bestuurlijk trekker van was. “Dit was echt een inhoudelijke kopgroep. We maakten geen vrijblijvende afspraken, maar heel concrete keuzes over hoe we in Noordoost-Brabant de bedrijventerreinen van de toekomst vormgeven.”
De wethouders Economie maakten regionale afspraken over de inrichting van nieuwe terreinen – met ruimte voor groen en water, verduurzaming en zorgvuldig ruimtegebruik – én over een gezamenlijke intake voor nieuwe bedrijven via een regionaal loket. Ook met de provincie Noord-Brabant werden duidelijke keuzes gemaakt over grootschalige logistiek in de regio. “We hebben samen bepaald op welke plekken we dat nog wél willen en op welke plekken niet meer. Wat ik mooi vind, is dat de provincie altijd actief aan tafel zat. Daardoor konden we echt samen knopen doorhakken.”
Volgens Frank laten juist dit soort resultaten zien wat regionale samenwerking oplevert: een sterke basis voor meer regie, minder versnippering en betere afstemming. Daarmee versterk je niet alleen het proces, maar leg je de fundering voor innovatie en duurzame economische groei.
Innovatie en groei als noodzaak
Toch is een sterke basis geen garantie voor de toekomst. “Uit onderzoek blijkt dat onze economie sterk en divers is. We zijn de zesde economische regio van Nederland”, zegt Frank. “Maar als je niks aan innovatie en groei doet, dan zak je weg. Dat was voor ons echt een wake-upcall.”
Die urgentie leidde tot een gezamenlijke Regionale Economische Visie en het daaropvolgende position paper. Daarin is vastgelegd waar Noordoost-Brabant zich de komende jaren op richt: niet alleen agri & food, maar ook farma, biotech en slimme technologie.
“Onze regio is pluriform”, aldus Frank. “’s-Hertogenbosch heeft een ander profiel dan Oss of Maashorst. Dat maakt ons als regio veerkrachtig. Als één sector het moeilijk heeft, kunnen andere sectoren dat opvangen. Maar het maakt het tegelijkertijd wel lastiger om één helder verhaal te vertellen.”
En juist dat verhaal is nodig. “Brainport heeft een heel duidelijk hightech-profiel. Wij hebben meer diversiteit. Dat is onze kracht, maar voor de profilering ook onze uitdaging. We moeten scherper kiezen waar we samen op inzetten.”
Scherper op de snede
“We gaan de goede kant op”, zegt hij. “Het gaat misschien niet zo snel als we soms willen, maar RNOB bestaat pas tien jaar. Brainport werkt al veel langer samen. Die vergelijking moeten we niet maken.”
Belangrijk vindt hij dat het gesprek over inhoud gaat. “Niet alleen statusupdates tijdens een bestuurlijke Regiodag, die kan ik ook lezen. Het moet gaan over knelpunten, over samenwerkingskansen, over hoe we samen kunnen innoveren en groeien.”
De organisatie ontwikkelt zich mee. “We werken voortaan met bestuurlijke overlegtafels en hebben minder overlegstructuren. Dat zorgt voor meer continuïteit en efficiëntie.” Tegelijk mag het volgens hem soms wat scherper. “We zijn in Brabant graag aardig en beleefd. Maar lastige onderwerpen mogen best duidelijker benoemd worden. Dat helpt ons verder.”
Verbinden lokaal, regionaal en landelijk
Naast zijn regionale rol was Frank actief binnen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en als voorzitter economie binnen de G40. “Als je op regio niveau werkt, ben je een soort spin in het web. Je kunt schakelen tussen lokaal, regionaal en landelijk. Dat geeft invloed.”
In gesprekken met ministers en staatssecretarissen zette hij Noordoost-Brabant op de kaart en bracht hij thema’s als bedrijventerreinen en economische ontwikkeling onder de aandacht. “Dan merk je hoe belangrijk het is dat je als regio een helder verhaal hebt. Alleen dan word je serieus genomen.”
Trots en ruimte maken
Na bijna 24 jaar in de Osse politiek – waarvan ruim elf jaar als wethouder – neemt Frank afscheid. In Oss is hij vooral trots op de bestuurlijke stabiliteit. “We hebben al lange tijd een stabiel gemeentebestuur. Dat is niet vanzelfsprekend, omdat je als gemeente soms lastige besluiten moet nemen over complexe onderwerpen als vluchtelingenopvang en windparken.”
Regionaal is hij trots op de economische samenwerking. “Wethouders Economie leveren samen echt resultaten op, zoals het regionaal loket en Economisch Position Paper. En we hebben ook gewoon lol met elkaar. De band is goed. Dat helpt enorm. Het economisch overleg noemden we altijd ‘de hoogmis’ van de regiodag.”
Nu is het tijd om plaats te maken voor een nieuwe generatie. “Ik zit mijn halve leven in de politiek. Er zit veel talent bij de jeugd. Die moeten naar voren kunnen stappen. En eerlijk is eerlijk: je bent drie à vier avonden per week weg. Het is ook fijn om wat meer thuis te zijn.” Nieuwe plannen heeft hij nog niet. “Besturen vind ik heel leuk. Maar ik ga eerst even kijken wat er op mijn pad komt.”
Actief meedoen is essentieel
Voor de nieuwe bestuurders ligt er volgens Frank een duidelijke opdracht: maak de samenwerking inhoudelijk sterker. “Probeer meer aandacht te hebben voor het gesprek en minder voor het proces”, zegt hij. “Het gaat erom: waar zitten de knelpunten? Waar kunnen we samen groeien? Welke innovaties ondersteunen we?”
Hij hoopt dat zijn opvolger ook een rol oppakt binnen RNOB. Eerst het vak leren, daarna kleur bekennen. “Mijn passie lag bij werklocaties en bedrijventerreinen. Misschien ligt die van mijn opvolger meer bij innovatie of verduurzaming. Dat is prima. Je moet je eigen weg vinden.” Maar actief meedoen is essentieel. “Door verantwoordelijkheid te nemen in de regio leer je je collega’s kennen en kun je echt invloed uitoefenen.”
En daarmee komt Frank terug bij zijn kernboodschap: een sterke regio ontstaat niet vanzelf. Blijf samen investeren in innovatie en groei en durf keuzes te maken. Alleen zo geef je Noordoost-Brabant echt smoel.
Over Frank den Brok
Frank den Brok (48) woont in Berghem. Hij studeerde Rechten aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en begon zijn loopbaan als pensioenjurist bij een grote verzekeraar, waar hij doorgroeide tot het managementteam. In 2002 stapte hij de lokale politiek in bij VDG; twee jaar later werd hij raadslid. Na tien jaar in de gemeenteraad en een periode als fractievoorzitter werd hij in 2015 wethouder van Oss. Binnen RNOB is hij lid van de Bestuurlijke Overlegtafel Economie en bestuurlijk trekker Werklocaties, waar hij zich inzet voor regionale samenwerking rond bedrijventerreinen en economische ontwikkeling. Na ruim elf jaar wethouder en bijna 24 jaar in de politiek neemt hij afscheid. Hij kijkt uit naar een nieuwe fase.