Hoofdinhoud
Vitale leefomgeving

"Een klimaatbestendige toekomst begint met samen ruimte maken voor water"

23 juni 2026

Klimaatverandering en de gevolgen daarvan houden zich niet aan gemeentegrenzen. Overtollig water als gevolg van extreem weer stroomt van hoog naar laag, zoekt zijn eigen weg door het landschap en trekt zich weinig aan van bestuurlijke grenzen. Volgens Ernest de Groot, loco-dijkgraaf van Waterschap Aa en Maas, vraagt klimaatadaptatie om een andere manier van kijken naar onze leefomgeving. Niet vanuit afzonderlijke gemeenten of losse opgaven, maar vanuit het grotere geheel.

Water als verbindende factor
Ernest houdt zich al zijn hele loopbaan bezig met de relatie tussen water, landschap en ruimtelijke ordening. Vanuit die ervaring ziet hij water en landschap als een verbindende factor tussen veel maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, landbouw, klimaatadaptatie, natuurherstel, biodiversiteit en drinkwatervoorziening. 


Klimaatverandering vraagt om een klimaatbestendige inrichting van onze woon-, werk- en leefomgeving. “Het weer wordt extremer. We krijgen langere periodes van droogte, maar ook steeds vaker hevige piekbuien. Dat vraagt om ruimte voor water. Als er veel regen valt, moet dat water ergens naartoe kunnen. Tegelijk wil je het niet meteen afvoeren, maar vasthouden voor drogere tijden. Je moet water tijdelijk bergen én bufferen. Je wilt overtollig water als het ware parkeren, zodat het later weer beschikbaar is wanneer er juist behoefte aan is.”

Een beekdal stopt niet bij de gemeentegrens
Wie Noordoost-Brabant klimaatbestendig wil maken, moet volgens Ernest regionaal denken én handelen. “Het beekdal van de Aa bijvoorbeeld loopt van Helmond naar Laarbeek, van Laarbeek naar Meierijstad, vervolgens naar Bernheze en uiteindelijk naar Sint-Michielsgestel en Den Bosch. Als je daar een doorlopende structuur van wilt maken, dan moet je met al die gemeenten samenwerken.”


Volgens Ernest vraagt dit om regionale solidariteit. “Wanneer bovenstrooms te weinig maatregelen worden genomen, komen de gevolgen uiteindelijk benedenstrooms terecht. Daarom moeten alle betrokken partijen samen naar het hele stroomgebied kijken.”


Het waterschap werkt daarom nauw samen met gemeenten, agrariërs en organisaties zoals Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. Samen zoeken zij naar ruimte voor waterberging en waterbuffering.


“Rond Veghel en Den Bosch zijn bijvoorbeeld al waterbergingsgebieden ingericht die bij hevige regenval tijdelijk water opvangen. Daarmee wordt wateroverlast beperkt en blijft water beschikbaar voor drogere perioden. Samenwerking is daarbij onmisbaar.” 

 

Bestuurlijke schakel
Voor Ernest speelt RNOB een belangrijke rol in die regionale afstemming. Vanuit zijn betrokkenheid bij zowel RNOB als de Metropoolregio Eindhoven ziet hij hoe verschillende regio’s met vergelijkbare vraagstukken worstelen.


Volgens hem zit de kracht van RNOB vooral in het regelmatig samenbrengen van provincie, gemeenten en waterschap. “De provincie wordt vaak uitgenodigd, waardoor provincie en regio samen aan tafel zitten. Dat helpt om vraagstukken gezamenlijk verder te brengen.” Samen optrekken leidt volgens hem tot meer kennis, betere afstemming en uiteindelijk betere oplossingen. 


Regionale samenwerking vraagt daarnaast ook iets van de lokale politiek. “Niet alleen bestuurders moeten regionaal leren denken en werken, maar ook gemeenteraden.”

 

Aanmelden nieuwsbrief

U krijgt een bevestigingsmail. Uw gegevens worden alleen gebruikt voor de nieuwsbrief. Meer daarover leest u in onze privacyverklaring.