"Een klimaatbestendige toekomst begint met samen ruimte maken voor water"
Klimaatverandering en de gevolgen daarvan houden zich niet aan gemeentegrenzen. Overtollig water als gevolg van extreem weer stroomt van hoog naar laag, zoekt zijn eigen weg door het landschap en trekt zich weinig aan van bestuurlijke grenzen. Volgens Ernest de Groot, loco-dijkgraaf van Waterschap Aa en Maas, vraagt klimaatadaptatie om een andere manier van kijken naar onze leefomgeving. Niet vanuit afzonderlijke gemeenten of losse opgaven, maar vanuit het grotere geheel.
Water als verbindende factor
Ernest houdt zich al zijn hele loopbaan bezig met de relatie tussen water, landschap en ruimtelijke ordening. Vanuit die ervaring ziet hij water en landschap als een verbindende factor tussen veel maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, landbouw, klimaatadaptatie, natuurherstel, biodiversiteit en drinkwatervoorziening.
Klimaatverandering vraagt om een klimaatbestendige inrichting van onze woon-, werk- en leefomgeving. “Het weer wordt extremer. We krijgen langere periodes van droogte, maar ook steeds vaker hevige piekbuien. Dat vraagt om ruimte voor water. Als er veel regen valt, moet dat water ergens naartoe kunnen. Tegelijk wil je het niet meteen afvoeren, maar vasthouden voor drogere tijden. Je moet water tijdelijk bergen én bufferen. Je wilt overtollig water als het ware parkeren, zodat het later weer beschikbaar is wanneer er juist behoefte aan is.”
Een beekdal stopt niet bij de gemeentegrens
Wie Noordoost-Brabant klimaatbestendig wil maken, moet volgens Ernest regionaal denken én handelen. “Het beekdal van de Aa bijvoorbeeld loopt van Helmond naar Laarbeek, van Laarbeek naar Meierijstad, vervolgens naar Bernheze en uiteindelijk naar Sint-Michielsgestel en Den Bosch. Als je daar een doorlopende structuur van wilt maken, dan moet je met al die gemeenten samenwerken.”
Volgens Ernest vraagt dit om regionale solidariteit. “Wanneer bovenstrooms te weinig maatregelen worden genomen, komen de gevolgen uiteindelijk benedenstrooms terecht. Daarom moeten alle betrokken partijen samen naar het hele stroomgebied kijken.”
Het waterschap werkt daarom nauw samen met gemeenten, agrariërs en organisaties zoals Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. Samen zoeken zij naar ruimte voor waterberging en waterbuffering.
“Rond Veghel en Den Bosch zijn bijvoorbeeld al waterbergingsgebieden ingericht die bij hevige regenval tijdelijk water opvangen. Daarmee wordt wateroverlast beperkt en blijft water beschikbaar voor drogere perioden. Samenwerking is daarbij onmisbaar.”
Bestuurlijke schakel
Voor Ernest speelt RNOB een belangrijke rol in die regionale afstemming. Vanuit zijn betrokkenheid bij zowel RNOB als de Metropoolregio Eindhoven ziet hij hoe verschillende regio’s met vergelijkbare vraagstukken worstelen.
Volgens hem zit de kracht van RNOB vooral in het regelmatig samenbrengen van provincie, gemeenten en waterschap. “De provincie wordt vaak uitgenodigd, waardoor provincie en regio samen aan tafel zitten. Dat helpt om vraagstukken gezamenlijk verder te brengen.” Samen optrekken leidt volgens hem tot meer kennis, betere afstemming en uiteindelijk betere oplossingen.
Regionale samenwerking vraagt daarnaast ook iets van de lokale politiek. “Niet alleen bestuurders moeten regionaal leren denken en werken, maar ook gemeenteraden.”
Meer ruimte voor water
Afgelopen voorjaar verzorgde Ernest een bijdrage tijdens de RNOB-kennissessie Water en Bodem Sturend vanuit het programma Klimaatadaptatie. Wat hem vooral opviel, was hoe sterk het onderwerp in de regio leeft. “De opkomst was goed. Er werden goede vragen gesteld. Mensen zijn echt bezig met de vraag hoe we Noordoost-Brabant klimaatbestendig kunnen krijgen.”
Tijdens de bijeenkomst kwam ook de aanscherping van de normen voor waterberging aan bod. Waar gemeenten nu vaak rekenen met 60 millimeter waterberging, beweegt dat richting 90 tot 100 millimeter. “Daar schrok men wel van.” Toch vindt hij die ontwikkeling logisch. “Je bouwt een nieuwe woonwijk voor de komende 75 jaar. Dan moet je ook 75 jaar vooruitdenken als het gaat om klimaatverandering. Voor bestuurders betekent dit dat ruimte voor water vanaf het begin onderdeel moet zijn van ruimtelijke plannen.”
Nieuwe uitdagingen
Het goede nieuws is dat investeringen in watersysteemherstel, natuurherstel en beekherstel zichtbaar resultaat opleveren. Op verschillende plekken in de regio zijn beken natuurlijker ingericht en wordt water beter vastgehouden. “Je ziet echt dat die maatregelen effect hebben. Maar daarmee zijn we er nog niet.”
Ernest ziet ook nieuwe uitdagingen ontstaan. “De klimaatverandering gaat sneller dan verwacht. Ondanks de maatregelen die we nemen, lopen we tegen nieuwe problemen aan doordat het weer extremer wordt.”
Ook onderwerpen als waterkwaliteit, drinkwatergebruik en waterbeschikbaarheid vragen steeds meer aandacht. Volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur neemt de druk op de drinkwatervoorziening toe als er geen aanvullende maatregelen worden genomen. Dat komt door bevolkingsgroei, maar ook door toenemende verdroging en verzilting als gevolg van klimaatverandering.
Nederlanders gebruiken gemiddeld zo’n 130 liter drinkwater per persoon per dag, ook voor toepassingen waarvoor dat eigenlijk niet nodig is, zoals het doorspoelen van het toilet. Volgens Ernest de Groot vraagt dat om bewuster gebruik van drinkwater en een bredere blik over de grens. In België wordt bijvoorbeeld gewerkt met een gedifferentieerd tarief dat zuiniger watergebruik stimuleert. Daarnaast zou het verbruik van douchewater omlaag kunnen door maximaal 5 minuten te douchen.
Regionaal denken, lokaal doen
Met de nieuwe Samenwerkingsagenda van RNOB in aantocht heeft Ernest een duidelijke oproep aan bestuurders en raden: “Blijf regionaal denken en lokaal handelen.” Dit betekent ook lokaal keuzes maken: minder stenen in de openbare ruimte, meer groen en het stimuleren van het afkoppelen en vasthouden van regenwater in wijken en tuinen.
Als hij tien jaar vooruitkijkt, ziet hij een regio die groener, minder versteend en beter bestand is tegen extreem weer. Een regio waarin water slimmer wordt vastgehouden, waarin stedelijk en landelijk gebied elkaar versterken en waarin bestuurders gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor het grotere geheel.
“Ik wens onze regio toe dat we de komende tien jaar verder werken aan een daadwerkelijk klimaatbestendige inrichting van ons landschap.”
Want juist daarin ligt volgens hem de sleutel voor de toekomst. Een klimaatbestendige woon-, werk- en leefomgeving ontstaat niet vanzelf. Die begint met bestuurders die over gemeentegrenzen heen kijken en samen ruimte maken voor water.
Over Ernest de Groot
Ernest de Groot (62) woont in Uden en studeerde Cultuurtechniek aan Wageningen University & Research, aangevuld met agrarische economie en agrarische bedrijfseconomie. Hij werkte als beleidsmedewerker ruimtelijke ordening, landinrichting en landschapsinrichting bij de provincie Noord-Brabant en was later wethouder van de gemeente Uden.
Sinds 2005 is Ernest dagelijks bestuurslid van Waterschap Aa en Maas, loco-dijkgraaf en portefeuillehouder van de Kaderrichtlijn Water en de afstemming tussen Ruimtelijke Ordening en Water. Binnen RNOB is hij actief betrokken bij verschillende groepen die werken aan de revitalisering van het landelijk gebied, waaronder de Bestuurlijke Overlegtafels Natuur en Landschap, en Ruimte.