Van sectorale sturing naar ruimtelijke regie op energie
Energie is uitgegroeid tot een van de meest urgente opgaven voor gemeenten en regio’s. Niet alleen vanwege de noodzakelijke verduurzaming, maar ook door de grote ruimte die nodig is voor opwek, transport en opslag. De energietransitie legt daarmee een steeds groter beslag op de fysieke ruimte in Noordoost-Brabant.
Die ruimtelijke impact wordt steeds zichtbaarder door de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet. Netcongestie maakt duidelijk dat energie en ruimte in de praktijk niet los van elkaar functioneren. Wonen, economie en mobiliteit grijpen steeds sterker in elkaar, waardoor ruimtelijke keuzes onder druk komen te staan. Tegelijk verschuift het systeem: van energie die van buiten de regio wordt aangeleverd, naar een situatie waarin steeds meer lokaal moet worden opgewekt, verdeeld en opgeslagen.
Energie als sturend principe
Dat verandert de rol van energie in ruimtelijke ontwikkelingen. Energie wordt steeds minder iets dat je achteraf inpast en steeds meer een factor die richting geeft aan keuzes in de fysieke leefomgeving. Voor nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen en gebiedsontwikkelingen betekent het dat al in de eerste planvorming vragen moeten worden gesteld over energie: waar kan opwek plaatsvinden, hoe sluit het netwerk aan en welke ruimtelijke keuzes passen daarbij?
Van inzicht naar praktijk
Tijdens de masterclass Energie & Ruimte namen Jeroen Niemans (Hiemstra & De Vries) en Alexandra Sizoo / Maarten Engelberts (NP RES) de deelnemers mee in deze ontwikkeling, wat dit betekent voor gemeenten en hoe energie structureel kan worden geborgd in ruimtelijk beleid en plannen. In een serious game, onder begeleiding van Paul Dalebout, werd die samenhang vervolgens concreet ervaren. Deelnemers zagen hoe energie, ruimte en gedrag elkaar in de praktijk direct beïnvloeden.
Jeroen Niemans: van sector naar systeem
De samenloop tussen energietransitie en ruimtelijke ordening wordt in de praktijk steeds zichtbaarder, terwijl beide domeinen in de uitvoering vaak nog gescheiden opereren. Juist daar wringt het. Volgens Jeroen Niemans zit dat niet zozeer in techniek of beleid, maar in de manier waarop we samenwerken, keuzes maken en belangen afwegen.
Woningbouw als kantelpunt
Die realiteit wordt concreet in de woningbouwopgave. Het doel om in Noordoost-Brabant 35.000 woningen te realiseren, is een kwantitatieve ambitie: bestuurlijk aantrekkelijk en meetbaar, maar daarmee nog niet voldoende. Het draait uiteindelijk om waar deze woningen komen en hoe ze tijdig worden aangesloten op energie en warmte. Waar voorheen een netaansluiting het sluitstuk was van gebiedsontwikkeling, begint de opgave nu bij energie zelf. De energie-infrastructuur wordt een sturende factor in de inrichting van onze leefomgeving. Die omslag wordt zichtbaar op straat: richting 2040 zijn in Nederland naar schatting 50.000 extra transformatorhuisjes nodig, midden in steden en dorpen.
Van sector naar verbinding
Dit maakt ook meteen duidelijk dat de opgave niet langer binnen afzonderlijke sectoren kan worden opgelost. Energie en ruimte moeten vanaf het begin in samenhang worden bekeken. Dat vraagt om eerder afstemmen, verder vooruitkijken en integrerend prioriteren. Volgens Niemans bestaat ‘energieplanologie’ niet als apart vakgebied: het gaat juist om het verbinden van bestaande werelden. Dat vraagt om nieuwsgierigheid naar elkaars opgaven, het loslaten van sectorale zekerheden en het actief zoeken naar gezamenlijke oplossingen. Johan Cruijff zei het al: “Je eigen doel is nooit het juiste doel.” Wie vanuit één sector redeneert, mist per definitie het bredere geheel.
Samenwerken en verbinden
Daar ligt de kern van de opgave. Gemeenten, netbeheerders en andere betrokken partijen moeten elkaar eerder opzoeken, een gedeeld beeld ontwikkelen van het energiesysteem van de toekomst en verbeeldingskracht inzetten om nieuwe ruimtelijke oplossingen mogelijk te maken. Netcongestie fungeert daarbij als katalysator. Het dwingt tot afstemming en tot scherpe keuzes over wat waar kan landen. We moeten niet wachten op nieuwe systemen, maar beginnen met anders integrerend werken: energie en ruimte vanaf het begin verbinden in beleid én uitvoering.
Alexandra Sizoo / Maarten Engelberts: van regels naar ruimte
Wanneer energie en ruimte samenkomen, raken ook de Energiewet en de Omgevingswet elkaar. Ze zijn los van elkaar ontwikkeld, maar in de praktijk steeds sterker verweven in dezelfde opgaven. In de masterclass bouwden Alexandra Sizoo (22 april) en Maarten Engelberts (13 mei) daarbij voort op de motieftheorie van het rapport ‘Netbewust bouwen Harderwijk’. In de overlap tussen beide wetten ligt de bestuurlijke uitdaging: energievraagstukken via het ruimtelijk instrumentarium verbinden aan bredere keuzes in de fysieke leefomgeving en deze juridisch verankeren.
Ruimtelijk borgen
Energie moet vanaf het begin worden meegenomen in ruimtelijke afwegingen. Dat vraagt om vroegtijdige afstemming tussen gemeenten en netbeheerders en om een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet biedt daarvoor concrete aanknopingspunten. Via omgevingsvisies en (gebiedsgerichte) omgevingsprogramma’s kan energie worden verbonden aan strategische keuzes. Vervolgens kan dit juridisch worden geborgd in omgevingsplannen. Zo wordt energie een thema dat vooraf wordt meegewogen in de regels die bestaan voor gebiedsontwikkelingen.
Van project naar systeem
In die aanpak passen ook gebiedsenergieplannen. Die maken zichtbaar wat nodig is om energie op gebiedsniveau te organiseren en brengen partijen vroegtijdig bij elkaar. Zo verschuift de focus van losse projecten naar de programmering van de energievoorziening van de leefomgeving als geheel. Deze benadering sluit aan bij een bredere ontwikkeling: net als water en klimaatadaptatie wordt energie een onderdeel van ruimtelijke besluitvorming. Niet als technisch detail, maar als randvoorwaarde voor uitvoerbaarheid. Het gaat niet om nieuwe regels, maar om het beter verbinden van bestaande instrumenten. Daar ligt de ruimte voor bestuurders om richting te geven aan een toekomstbestendig energiesysteem.
Paul Dalebout: van theorie naar ervaring
De masterclass eindigde met de serious game Local Heroes, onder begeleiding van Paul Dalebout. In dit simulatiespel stond een fictieve wijk van 400 woningen centraal, waar netcongestie direct voelbaar werd. De opgave was om samen het lokale energiesysteem werkend te krijgen met een slimme mix van techniek en gedrag.
Deelnemers werkten in groepen aan oplossingen en ervoeren hoe sterk energiekeuzes afhankelijk zijn van afstemming tussen partijen. Niet één maatregel is bepalend, maar juist de samenhang tussen technologie, gedrag en ruimtelijke keuzes. Het spel maakte zichtbaar wat dat in de praktijk betekent: een nieuwe woonwijk die (al dan niet in combinatie met een netbudget) het hele jaar door in haar eigen energie voorziet, vraagt om een combinatie van bijvoorbeeld zonnepanelen, wind en opslag én om de fysieke ruimte die daarvoor nodig is.
Tegelijk liet de game zien dat de energievraagstukken rond nieuwbouw wél op te lossen zijn, wanneer wordt gekozen voor de juiste mix van lokale en duurzame energieoplossingen in combinatie met een netbudget. Dat vraagt om een andere manier van organiseren en samenwerken in de lokale ruimte en samenleving, waarin gemeenten, inwoners, netbeheerders en andere partijen vanaf het begin gezamenlijk optrekken.
Tot slot
Energie moet vanaf het allereerste begin een volwaardige plek krijgen in ruimtelijke keuzes. Opwek, opslag en transport vragen immers fysieke ruimte, en die moet al in de planvorming worden meegenomen. Netbewust bouwen begint dus bij netbewust plannen. Dat vraagt om vroegtijdig samenwerken: gemeenten, netbeheerders en andere partijen die elkaar vinden in een woningbouwopgave waarin ook water, klimaat en andere ruimtelijke belangen een rol spelen. Zo ontstaat het besef dat de energietransitie alleen werkt als we haar samen organiseren én vanaf het begin in samenhang benaderen.
Over de masterclass Energie & Ruimte
Binnen de Energieregio Noordoost-Brabant werken overheden en partners samen aan de Regionale Energiestrategie. In nauwe samenwerking met RNOB en de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch wordt daarbij gezocht naar samenhang met andere ruimtelijke en economische opgaven. Vanuit die samenwerking is op 22 april en 13 mei 2026 de masterclass Energie & Ruimte georganiseerd om bestuurders en ambtenaren uit beide domeinen bij elkaar te brengen.
De energietransitie en ruimtelijke opgaven raken steeds sterker verweven in één samenhangende opgave. Dat vraagt om een beweging van gescheiden systemen naar gezamenlijke sturing. De regio Noordoost-Brabant heeft daarbij de ambitie om te bouwen aan een gedeeld begrip en een integrerende manier van kijken naar de opgaven die op ons afkomen. Zo kunnen slimme keuzes worden gemaakt die zowel energetisch als ruimtelijk toekomstbestendig zijn. Tijdens de masterclass stond het vergroten van dit inzicht en het versterken van de urgentie centraal.